De eenzame moppentopper Deel I
Hij zat als een dikke boeddha op een grote ronde schommel. Toen Mario en ik aan de praat raakten, kwamen alle kinderen er stil omheen staan. Ik had al meteen door dat dit een kind was met grote humor. Als hij moest lachen sloeg hij met z’n handen op zijn knieën. Zijn lach was zo aanstekelijk, dat ik ook moest lachen.
Ook merkte ik snel dat Mario een andere kant had en vertelde dat hij z’n verdriet weg at. Hij vertelde dat hij van de één op de andere dag was weggehaald bij zijn vader en in een pleeggezin was gezet. “Mijn vader heeft wat probleempjes”, zei hij. “Maar ik mag over een paar maanden weer naar huis". Toen ik vertelde dat Arianne ook een pleegkind was, maar voor altijd bij ons bleef wonen, keek hij vol medelijden naar Arianne. “Ach wat zielig”, zei hij. Ik reageerde luchtig. “Nee hoor, ik ben voor Arianne gewoon haar moeder en Tim en Fleur gewoon haar broer en zus".
Na ons praatje probeerde ik de kinderen te stimuleren met elkaar te spelen. Hoewel ik zag dat iedereen z’n best deed, miste Mario de aansluiting. Hij kwam over als een wijs kind, te wijs voor zijn leeftijd, maar op emotioneel gebied bleef hij achter. Hij zweefde tussen de werelden van kinderen en volwassenen in.
Toen ik terug naar huis liep, dacht ik met een speciaal gevoel terug aan ons openhartige gesprek. Ik probeerde mezelf voor te stellen hoe het voor Mario moest zijn als je leven in een klap zo verandert. Mario, een dappere jongen.
Lees volgende week deel II van 'De eenzame moppentopper'

