Een slechte diagnose (terugblik 3)
Ik zit bij de FAS-poli (foetaal alcohol syndroom) voor een onderzoek bij Arianne. Eigenlijk weet ik het antwoord al. Ik had alles al gelezen op FAS gebied, wat ik onder ogen kreeg. Ik had zoveel herkend bij mijn kind. Gek genoeg weet ik niet wat ik hoop. Ondanks het feit, dat ik alle informatie gelezen heb, heb ik mijn emoties hierover nog niet op een rijtje. We hebben net de officiële diagnose ambivalente hechtingsstoornis te horen gekregen. Het vorig onderzoek was nog niet helemaal bij me geland. Ik had het verdrietig gevonden dat Arianne een verloren en eenzame indruk had gemaakt op het schoolplein, zoals beschreven stond in het verslag.
Een slechte diagnose
Nu achter het stuur, terug naar huis, voel ik me verloren en eenzaam. Even wil ik huilen, maar verdring mijn tranen. In plaats daarvan praat ik met mijn schat over kleine koetjes en schattige kalfjes. De uitslag hamert door mijn hoofd.
Als ik thuis kom, zit Henry volledig op een andere golflengte. Fleur is morgen jarig en hij is druk bezig voorbereidingen aan het treffen. Nog voordat we hebben gepraat, rolt er een vriendin binnen. Ze is hyper van haar nieuwe baan en loopt te rammen met een stuiterbal. Als ze is uitgepraat komt mijn nieuws.
Toekomst
Ik vertel zoals het is, zonder omwegen. Arianne heeft een hersenbeschadiging van het alcohol gebruik van haar biologische moeder. De arts vertelde dat dit een slechte diagnose is voor de toekomst. Negentig procent van deze kinderen zullen later niet in staat zijn zonder begeleiding te wonen. Toen ik aan de arts vroeg of ze in staat zal zijn te trouwen en kinderen te krijgen, was het antwoord dat we daar niet op moesten rekenen. Deze kinderen zullen weinig grip krijgen op geld en tijd. Een vaste baan behouden zal moeilijk zijn. Aangezien het geweten moeilijk tot ontwikkeling komt, komen deze kinderen later vaak in aanraking met…….. woorden die ik niet eens wil uitspreken.
Zo, het hoge woord is eruit. Er rollen twee tranen over mijn wangen en ik tril een beetje. We zijn alle drie stil. Wat kan je zeggen ?
Een verjaardagsfeestje
Als mijn vriendin weg is, gaan Henry en ik over op de orde van de dag. Eten wordt gekookt, slingers opgehangen, we doen het zwijgen ertoe. Fleur is zenuwachtig voor haar verjaardag, dat heeft nu prioriteit.
De volgende dag zit ik in het park met een kringetje vrolijke meisjes om me heen, ik lees een boek voor en doen daarna een spelletje. Daarna volgt er een speurtocht. S ’avonds slaat Fleur haar armen om te heen en zegt dat dit het leukste verjaardagsfeestje was ooit.
Mijn hoofd loopt over. Het feestje van Fleur is voorbij en ik sta alweer een koffer in te pakken. Henry en ik gaan een week naar San Francisco. Henry heeft afspraken voor zijn werk met advocaten en een hoorzitting. Het kost ons slechts een ticket voor mij, om mee te kunnen. En dan, dan moet ik huilen. Ik sta gebogen over de gootsteen en laat het snot en tranen vrij lopen. Mijn verdriet kan ik voor de kinderen verborgen houden, maar niet voor een vriendin en daarna een buurvrouw die binnen wandelen. Ik voel me kwetsbaar en krijg knuffels.
Andere horizon
S ’ochtends vertrekken Henry en ik in alle vroegte. Mijn schoonmoeder en mijn drie kinderen staan bij de voordeur te zwaaien. Mijn schoonmoeder staat de glimlachen als een boer met kiespijn, Arianne op haar arm, Fleur huilt, en Tim zo dapper. Ik heb een steen in mijn maag. Wat doe ik mijn kinderen aan?
Als we de hoek om zijn, zucht ik een paar keer diep. Het is goed even alles los te laten en weer te weten wie ik ben zonder kinderen. Even een hele andere horizon en nieuwe krachten op te doen.
Eenmaal aangekomen in San Francisco, zie ik een andere horizon, maar wel met een grote foto van onze kinderen centraal in de kamer en dagelijks een telefoontje naar huis.

