Paginakop

Een vreemde wereld

We lopen door een donkere koele lange gang. Arianne en ik houden elkaars hand vast. Onze bloemen jurkjes vertellen dat we bij elkaar horen. Onze Crocs zetten geruisloos hun stappen. We voelen ons vervreemd. We bevinden ons in een omgeving die niet de onze is. Arianne herkent het teken op de deur van een toilet. Ze besluit tot een pauze om even te plassen. Even iets van vastigheid.

Ik bedenk me ondertussen dat deze onderneming niet erg handig is met Arianne. Ik had een kennis beloofd naar haar afstuderen op de kunstacademie te komen kijken en Henry moest weg. Geen andere keus dus.
We gaan verder met onze tocht. In de volgende gang staren vele gezichten ons aan vanaf zwart-wit foto’s. Ze zeggen niks, en kijken. Waar is hun kleur? Ik hou van kleur. Onze kleurige jurkjes zeggen wel iets. Ze zeggen ons dat we hier niet horen.

Doelloos
We lopen lokalen binnen met grafisch werk. We lopen erlangs, maar het ontbreekt Arianne aan geduld voor verdieping. We zien letters, maar ze worden geen woorden, we zien codes en tekens die we niet kunnen ontcijferen. In een volgend lokaal liggen honderden foto’s op de grond. Veelal met beelden van een autokerkhof. Ik mis volledig het doel. Het wordt ook niet uitgelegd.

Verdwaald
Na nog meer gangen raak ik mijn oriëntatie kwijt, ik verdwaal. Het is een beproeving voor Arianne en ook voor mij. Waar hangen die schilderijen toch, vraag ik me af. We lopen langs ondraagbare schoenen en mode. Het ontbreekt Arianne aan concentratie, het in zich op te nemen. Ze pakt af en toe wat flarden op van haar omgeving. Bij een apart vormgegeven jasje zegt ze, “kijk mam, die heeft zwembandjes aan.”
Ik vraag aan iemand die bij de expositie hoort, waar mijn kennis hangt. “O, die hangt hier niet, dat is in een ander gebouw.” De moed zakt me in mijn schoenen. Arianne wil weer naar een veilige wereld, haar wereld waar teigertje op haar wacht en waar zij weer de regie heeft.

Blauwe lucht
Ik vraag nu het uiterste van haar, van ons. “Kom, we lopen nog even naar het andere gebouw en dan gaan we ijsjes halen bij de Mac.” Ons tempo is laag en we stoppen drie keer om een steentje uit de Croc van Arianne te halen. Ik ben even dankbaar voor de blauwe lucht die ik ken en de wind die ik voel.
We gaan het volgende gebouw binnen. Er hangt een keramisch konijn aan een touw. We besluiten samen dat we de konijnen in de wei leuker vinden. We lopen langs witte ganzen. De ganzen bij ons in de uiterwaarde vinden we mooier. Die vliegen zo prachtig op als je langs loopt.

Zoveel zwart
We zien foto’s, lugubere beelden, zwart-wit, wit-zwart. We zien schilderijen, zwart, o zoveel zwart. Arianne vraagt uitleg, ik heb geen uitleg. Voor het eerst heb ik geen uitleg. Ik loop er zwijgend langs.

Eindelijk kleur
Als allerlaatste tref ik het werk van mijn kennis. Eindelijk! Ik zie kleur, uitbundigheid, vrijheid, warmte. Een taal die ik spreek. Arianne en ik die elkaar de hele expeditie niet hebben losgelaten, koesteren ons even in dit kleine fijne hoekje, waar we weer grip hebben op de wereld om ons heen.

Vragen
In de auto, vraag ik me af of dit een grote vergissing was. Arianne lijkt het avontuur alweer vergeten te zijn. Ze benoemt elk schaap en veulen die we vanaf de dijk zien. En ik,.. ik besef dat ik een wijze les heb geleerd. Arianne ziet de wereld heel vaak zo. Desoriëntatie, geen verband, een onbegrijpelijke taal in een vreemde omgeving, en vooral heel veel vraagtekens. Ik snapte Arianne beter, ik kwam even in haar wereld. Het enige was die hand, die hand die je vasthoudt, zodat je niet alleen bent.

Disclaimer

De mening die in dit blog wordt geuit vertegenwoordigt niet noodzakelijk de formele opvatting van Lindenhout. Meer weten?