Hoezo een pleegkind?
Een heel klein ieniemienie mensenkindje kijkt de grote zaal in. Ze wordt wat onhandig vastgehouden tegen de buik aan, richting al die hoofden die haar aankeken. Dit meisje met een lichtblauw maillotje en een kaal bolletje zag er zo kwetsbaar en broos uit. “Bij wie hoor je kindje, wie gaat jou koesteren en troosten? Wie plakt er een pleister op je geschaafde knie en wie brengt jou naar school op je vierde verjaardag.” In de kerk wordt gebeden voor Arianna. Dat ze maar zo snel mogelijk een pleeggezin voor haar vinden. Eerlijk gezegd, klonk dat wat belachelijk in mijn oren. Je kan bidden tot je een ons weegt, dan is ze ondertussen 16 en rijdt ze op haar scooter weg. Dit kleine meisje vroeg niet om een gebed, maar om een lieve papa en mama.
Bestemming
Je kan het een aanval van emotionele hysterie noemen, goddelijke intuïtie of iets ertussen in, maar ik begon zachtjes te huilen. Dit kindje, waarvan ik de naam de eerste dagen niet eens precies kon onthouden, raakte iets heel diep bij mij van binnen. Iets wat ik zelf als bestemming zou willen benoemen. Ik wist altijd al dat er iets met ons leven zou gebeuren, iets waar we zelf nog geen weet van hadden. Ik kende het hoe of wat niet, maar op dat moment met dat kindje wist ik het. Dit meisje hoorde bij ons.
Overleggen
Echter, ik had nog wat hobbels te gaan. Hoe ga je je man overtuigen, dat je niet door pure waanzin overvallen bent en hoe ga je dit kind in huis krijgen, terwijl je nog niet eens ingeschreven staat als pleegouder? ‘S avonds zaten Henry en ik in onze ligstoelen te genieten van een warme lenteavond. De kinderen lagen er net in. Een gedachte als deze kon je niet zomaar een beetje leuk inkleden. Dit was iets anders dan een nieuwe caravan kopen, dit zet je hele toekomst in een ander daglicht. Ik vertelde het maar gewoon, zoals ik het ervoer. Ik had kriebels in mijn buik. In een leven zijn er slechts enkele van dit soort beslissende gesprekken. Ik deed mijn verhaal, we spraken erover en ik stelde voor dat Henry er een aantal dagen over zou denken. De volgende ochtend, tijdens het ochtendritueel, zei Henry, ‘bel maar’.
Die maandagochtend belde ik pleegzorg. Wat zeg je? Hallo ik ben Minou, ik wil ons als kandidaat aanbieden, als pleegouders voor Arianne. Nee, we staan niet als pleegouders ingeschreven, maar breng haar maar. Toch werd het een heel bijzonder gesprek en zei de pleegzorgbegeleider van Arianne, dat ze het nog nooit in haar carrière had meegemaakt, dat mensen zich op deze manier aanmelden. Er werd een afspraak gepland, maar vertelde ze, dat er mogelijk nog een ander gezin was.
We zijn een pleeggezin
De weken die volgden waren als een spannende achtbaan. Gesprekken, onzekerheid of je over een aantal weken opeens een pleegkindje in je huis had. Als je hart ja zegt, volgen er daarna nog wel een aantal scherpe bochten. Al met al was het iets minder dan 7 weken later, dat we ons derde kind kregen en vond de geboorte plaats van een nieuw pleeggezin. Bij ons hoor je kindje, ik ga je koesteren en troosten en ik zal o zo vele pleisters op je knie plakken en op de dag van je vierde verjaardag breng ik je veilig naar school, geef ik je een dikke knuffel, zet ik je bril recht, kijk ik je met vertrouwen aan, omdat jij dit kan en omdat jij het redt.

